fbpx
Share on facebook
Share on linkedin

De oplossing voor de 5 nadelen van biostimulaire fillers

Verouderende huid verliest structureel collageen en elastine. Daardoor wordt het slapper en begint het in te zakken, wat een vermoeid en ouder uiterlijk veroorzaakt. Om dit tegen te gaan worden er binnen de esthetische geneeskunde biostimulanten op basis van PLLA, CaHa en PCL gebruikt om fibroblasten te stimuleren voor collageen en elastine aanmaak. Maar daar zijn wat problemen bij.

5 Problemen bij biostimulanten door deeltjesgrootten

Huidige biostimulanten bevatten grote deeltjes (CaHa 25-45 μm [1], PCL 25-50 μm [2] en PLLA 40-63 μm [3]). Deze grote deeltjes geven een direct vullend effect en langdurige stimulatie, maar ze veroorzaken ook dat de biostimulaire fillers:

  1. ongeschikt zijn voor dunne huid in verband met zichtbare en/of voelbare noduli;
  2. een vergroot risico op reacties en granulomen hebben, verder versterkt doordat deze ook als filler dienen voor directe resultaten (hoe langer iets blijft zitten, hoe groter het risico op reacties) [4][5];
  3. vertraagd langdurige effecten opbouwen, doordat biostimulaire componenten zijn omsloten door fillercomponenten en reacties pas gedurende het oplossen van fillercomponenten op gang komen;
  4. massage van de behandelde zone benodigen om – niet altijd even effectief – noduli te minimaliseren waardoor behandelingen langer duren en effecten eventueel suboptimaal zijn;
  5. trauma-veroorzakende grote naalden benodigen.

Het is dus de vraag of de directe ‘vul’-resultaten deze 5 nadelen waard zijn. Bij epitique vinden wij dat er nooit concessies op veiligheid gedaan mogen worden in de esthetische geneeskunde en daarom vinden wij dat een goed alternatief aan 3 eigenschappen moet voldoen.

3 Alternatieve eigenschappen voor veiligere biostimulanten

Veiligere biostimulanten benodigen 3 zaken:

  1. Kleine deeltjes: Kleine deeltjes zorgen dat dunne huid kan worden behandeld, risico’s op reacties en granulomen verkleinen, reactiesnelheid voor langdurige effecten versnelt, massage onnodig is en kleinere naalden mogelijk zijn voor minimaal trauma.
  2. Verwijderen van fillercomponent: De deeltjesgrootte van fillercomponenten zijn relatief groot en moeten dus voor kleinere deeltjesgrootten (én meer veiligheid door minder risico op reacties) worden verwijderd. Het nadeel hiervan is dat de biostimulant dan niet meteen vult.
  3. Snelwerkend materiaal: Om de tijd tussen de behandeling en effectszichtbaarheid door het verwijderen van het fillercomponent te minimaliseren is een snelwerkend materiaal nodig. Het biocompatibel en snel werkend materiaal PCL geeft signalen aan differentiërende stamcellen af om aan zich te hechten. [6] Dit stimuleert fibroblasten erg goed om elastine, hyaluronzuur en vooral collageen aan te maken.

Dit resulteert in een veilig, langdurig en snel biostimulant (dat wel nog elke weken opbouw benodigd).

Deze drie eigenschappen zijn dan ook de basis voor ons deeltjesvrije stamcelaantrekkend biostimulant vittén elastine

Vittén elastine maakt stamcelregeneratie mogelijk om verouderde huid te regenereren en zorgt voor langdurige stevigheid, volume, rimpelvermindering, hydratatie en textuurverbetering. In vergelijking met andere biostimulanten, bevat vittén elastine vloeibare PCL nanosferen (0,1 μm). Deze benodigen geen tijd voor oplossing, kunnen oppervlakkiger geïnjecteerd worden, benodigen geen inmasseren én kunnen voor minimaal trauma met een naald van 30-31G worden geïnjecteerd.

Resultaten van vittén elastine

Bij een volledige behandelreeks van 3 behandelingen om de 4 weken kunnen prachtige resultaten gerealiseerd worden. Resultaten kunnen behouden worden door periodiek bij te werken.

Lees hier meer over vittén elastine.

Bronnen

1. Fakhre, G. P., Perdikis, G., Shaddix, K. K., Terkonda, S. P. & Waldorf, J. C. (2009). An evaluation of calcium hydroxylapatite (Radiesse) for cosmetic nasolabial fold correction: a meta- analysis and patient centric outcomes study. Ann. Plast. Surg. 63, 486–489. | 2. de Melo, F. et al. (2017). Recommendations for volume augmentation and rejuvenation of the face and hands with the new generation polycaprolactone-based collagen stimulator (Ellansé). Clin. Cosmet. Investig. Dermatol. 10, 431–440. | 3. Lam, S. M., Azizzadeh, B., Graivier, M. (2006). Injectable PLLA (Sculptra): Technical Considerations in Soft-Tissue Contouring. Plastic and Reconstructive Surgery 118(3 Suppl):55S-63S. | 4. King, M., Bassett, S., Davies, E., & King, S. (2016). Management of Delayed Onset Nodules. The Journal of clinical and aesthetic dermatology, 9(11), E1–E5. | 5. Christensen, L., H. (2009). Host tissue interaction, fate, and risks of degradable and nondegradable gel fillers. Dermatol Surg. Oct; 35 Suppl 2:1612-9. | 6. Willerth, S. (2018). Engineering Neural Tissue from Stem Cells. Academic Press, 127-158.

Blijf leren

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte

error:
Scroll naar top
Share on facebook
Share on linkedin
Share on email